03b — Onderzoek · Bevoegdheid & controle
Illegale opsporingsmethoden?
De politie zoekt soms de grenzen van haar bevoegdheden op. Dat is precies waarom wettelijke kaders, toezicht en controle bestaan. Van het Openbaar Ministerie mag worden verwacht dat het niet alleen kijkt naar het resultaat van een onderzoek, maar ook naar de rechtmatigheid van de gebruikte middelen.
Een opsporingsmethode kan effectief zijn en toch onrechtmatig. In een rechtsstaat moet duidelijk zijn welke bevoegdheid wordt gebruikt, op welke wettelijke grondslag dat gebeurt, waarom de inzet noodzakelijk is en of het middel proportioneel is.
Wanneer daar twijfel over bestaat, behoort die twijfel onderzocht te worden.
Het uitgangspunt kan niet zijn: het heeft resultaat opgeleverd, dus het zal wel geoorloofd zijn geweest.
Juist politie en Openbaar Ministerie beschikken over vergaande bevoegdheden. Mensen kunnen worden gevolgd, gehoord, aangehouden of onderzocht; gegevens kunnen worden verzameld en verwerkt; onder voorwaarden kunnen bijzondere opsporingsbevoegdheden worden ingezet. Die macht brengt een overeenkomstige verantwoordelijkheid met zich mee.
Wanneer de gevolgen buiten het strafrecht doorwerken
Het wordt ernstiger wanneer een burger niet is veroordeeld, maar in de praktijk wel langdurig gevolgen ondervindt van verdenkingen, registraties of overheidsinformatie.
Denk bijvoorbeeld aan iemand die zijn opleiding succesvol heeft afgerond, een cijfergemiddelde van 8,02 heeft behaald en wil werken, maar vervolgens geen VOG krijgt en daardoor wordt beperkt in zijn toegang tot de arbeidsmarkt.
Dan gaat het niet meer alleen over een administratieve beslissing.
Een dergelijke beslissing kan gevolgen hebben voor werk, inkomen, carrière, huisvesting, reputatie en maatschappelijke participatie.
Daarom moet de overheid overtuigend kunnen uitleggen waarom zo'n beperking noodzakelijk en proportioneel is, welke informatie eraan ten grondslag ligt en welke mogelijkheid bestaat om onjuiste of achterhaalde informatie daadwerkelijk te corrigeren.
Een burger mag niet terechtkomen in een situatie waarin hij formeel niet veroordeeld is, maar praktisch wel jarenlang de gevolgen van een veroordeling ervaart.
Criminaliteit bestrijden of perspectief wegnemen?
Hier ligt ook een praktisch probleem.
Als de overheid criminaliteit wil voorkomen, behoort zij juist te stimuleren dat mensen legaal kunnen werken, zelfstandig inkomen verwerven en maatschappelijk kunnen deelnemen.
Wanneer een onschuldige burger wordt uitgesloten van werk, terwijl die persoon aantoonbaar heeft geïnvesteerd in opleiding en toekomstperspectief, kan overheidsbeleid het tegenovergestelde effect krijgen van wat ermee wordt beoogd.
Wie legaal perspectief zonder voldoende grond belemmert, bevordert de veiligheid niet.
Langdurige uitsluiting kan frustratie, financiële problemen en vervreemding veroorzaken. Daarmee kan beleid dat bedoeld is om risico's te beperken uiteindelijk omstandigheden creëren die criminaliteit juist in de hand kunnen werken.
Dat kan toch moeilijk de bedoeling zijn van een rechtsstaat.
De verantwoordelijkheid van het OM
Juist daarom is de positie van het Openbaar Ministerie belangrijk.
Het OM staat niet alleen voor vervolging. Het heeft ook een verantwoordelijkheid binnen een rechtsorde waarin overheidsmacht aan regels is gebonden.
Wanneer signalen bestaan dat opsporingsmethoden mogelijk buiten wettelijke kaders zijn toegepast, moet onderzocht kunnen worden:
- welke methode is gebruikt;
- welke wettelijke bevoegdheid daarvoor bestond;
- wie toestemming heeft gegeven;
- welke informatie is vastgelegd;
- welke gevolgen die informatie voor betrokken burgers heeft gekregen;
- en welke instantie daadwerkelijk verantwoordelijkheid draagt voor herstel wanneer iets fout is gegaan.
Dat zijn geen vijandige vragen aan de overheid.
Dat zijn normale vragen binnen een democratische rechtsstaat.
Vrouwe Justitia
Vrouwe Justitia draagt een blinddoek om zonder aanzien des persoons te oordelen.
Die blinddoek is niet bedoeld om weg te kijken wanneer burgers door overheidshandelen in de problemen raken.
Wanneer iemand niet is veroordeeld, aantoonbaar probeert zijn leven op te bouwen, uitstekend heeft gepresteerd en vervolgens toch tegen gesloten deuren aanloopt, verdient dat meer dan een verwijzing naar procedures en systemen.
Dan moet iemand de inhoudelijke vraag durven stellen: is dit nog rechtvaardig, proportioneel en in overeenstemming met het doel van onze rechtsstaat?
En wanneer niemand die vraag wil beantwoorden, resteert een eenvoudige vraag:
Vrouwe Justitia, waar bent u mee bezig?
Redactionele analyse Primaire bron: openbaar register